Column: Schreeuwen

Schreeuwen om aandacht. Dat doen we graag. Of je nou een Urker bent of een puber of een politicus. Allemaal aandacht, puur gezond. Zelfs vanuit de moederschoot is er een schreeuw om aandacht nog ongeboren. Gelukkig maar en zeker mag deze gehoord worden als iemand bij de abortuskliniek een meid van 19 aanspreekt met haar ouders naast haar (gezien op tv). Zo heeft ieder zijn eigen schreeuw in het dagelijkse leven of op socials. Soms moeten we ook proberen deze onder controle te krijgen. Dan hoef ik denk ik niks te zeggen hoe de meesten van ons door de pubertijd gekomen zijn. Je lichaam groeit zoveel, er gebeurt zoveel met je van binnen. Ja dat uit zich. Dat is vaak nog niet links of rechts. Dat is politiek. En zucht, daar zijn we weer aanbeland. Een gevallen kabinet en vervroegde verkiezingen. En wat een geblaad. Ze rollen over elkaar heen. Rechts met minder asielzoekers; we kunnen niet de hele wereld hier naar toe halen. En links wil dit juist wel en landbouwgrond omtoveren naar AZC’s is meteen ook minder stikstof. Of toch niet? Een mens scheidt toch ook stikstof uit. Hmmm lastig allemaal. Misschien moeten we wat meer luisteren. Of toch schreeuwen om stilte.

In stilte.

Urk Stilte gebied

Column: Adel van de tijd

We behoren allemaal tot de tijd. We ontkomen allemaal niet aan de tijd: dat is de betere uitleg. Wie we ook zijn. Gister zat ik naar het Max programma te kijken “We zijn er bijna”. Heerlijk trage televisie (ouderwetse Netflix). Deze mensen gaan met hun caravans/campers heerlijk Frankrijk/Andorra rond. Oud als ze zijn, maar realistisch over de tijd. En daar in Andorra werd ook ik even stilgezet bij mijn gevoelens van afgelopen tijden. Het kunstwerk van Salvador Dali, La noblesse du temps (Adel van de tijd). Een gesmolten klok om de levensboom heen. Online is er veel over te vinden maar ik vond de uitleg in het programma zelf hetgeen wat mij het meeste raakte. De tijd gaat altijd door maar het leven niet en de volgende generaties volgen weer. De klok vs de levensboom (zie afbeelding). In mijn jongere jaren stond ik niet zo stil bij de dood. Mij opoe was de eerste wie stierf wat ik mij herinner ik was 9 jaar. Daarna mijn vader dat kwam hard binnen toen ik 13 was. Mijn opa volgde binnen een jaar. Nu kijk ik daar 35 jaar later op terug en zie wie er allemaal daarna gegaan zijn. Dichtbij in mijn pubertijd al de eerste (oude) moat verdronken later volgden er meer. En zo volgde de ene na de andere van dorpsgek, kennissen tot zeer gewaardeerde personen. Ieder heeft zo zijn positie in het leven en daar hoort waardering bij, wie je ook bent, vaak pas extra na de dood. Ieder zijn plaats. De laatste tijd zijn er weer veel heen gegaan. Jongeren suïcidaal, auto-ongeluk, drugs. Ouderen ziek of door ongelukken. Mijn stiefvader zei vorige week: “We vlieden (vliegen) heen” (Psalm 90). Ik besef me nu dat je brein als puber nog niet ontwikkeld is tot de volwassen staat. Dat geldt voor emoties, en voor je doen en laten. Ik besef me nu dat sommigen nooit de volwassenstaat zullen hebben. De wereld raast door met name hier in een westers land als Nederland maar ook als dorp zijnde Urk. Het feest gaat altijd door. Urkers blijven voor altijd pubers, toch?

Alle webcams van Urk!